Hartmut Bitomsky

28 March, 2013 - 20:30
Galeries, Brussel
talk+screening
"Zoals Brecht ooit aangaf: als twee dingen samenkomen, heb je een derde nodig. Het derde ding, in die tijd, was politieke cinema.”

Gedurende een klein decennium was het werk van Hartmut Bitomsky onlosmakelijk verbonden met dat van Harun Farocki. In de tweede helft van de jaren 1960 vormden ze samen de spil van de Projektgruppe Schülerfilm, een initiatief van Berlijnse studenten die het toenmalige linkse gedachtegoed probeerden te verspreiden met behulp van een krachtig samengaan van militante cinema en Brechtsiaans didacticisme. Na hun studies bleven ze samen films maken, en korte tijd later zetten beiden ook hun schouders onder het Filmkritik magazine, de Duitse tegenhanger van Cahiers du Cinéma, dat een tijdlang diende als uitlaatklep voor hun cinefiel enthousiasme. Maar het was een kwestie van tijd vooraleer ze elk hun eigen weg opgingen: “Farocki komt van Eistenstein”, aldus Bitomsky, “ikzelf stam van Rosselini. Farocki houdt van montage, ikzelf ben eerder geïnteresseerd in het leven.” Alhoewel ze allebei uitgaan van een kritisch-essayistische benadering, beschouwt Bitomsky documentairefilm in de eerste plaats als een instrument voor articulatie, eerder dan voor deconstructie. In die geest vormen de tientallen films die hij sinds de jaren 1970 heeft gemaakt telkens een soort plattegrond, waarbinnen de uitgestippelde routes leiden tot onvoorziene perspectieven op thema’s zoals geheugen, geschiedenis, technologie en beeldcultuur. In deze DISSENT ! sessie dienen een aantal films van Bitomsky als uitgangspunt voor een gesprek over cinema, documentaire, beeld en werkelijkheid.

DISSENT ! is an initiative of Argos, Auguste Orts and Courtisane, in the framework of the research project “Figures of Dissent” (KASK/Hogent), with support of VG & VGC. The visit of Hartmut Bitomsky is supported by Galeries and Goethe-Institut Brussels.

Deutschlandbilder

Hartmut Bitomsky & Heiner Mühlenbrock
,
DE
,
1984
,
35mm
,
b&w
,
60'

“The film is composed of excerpts from more than 30 documentary films that were made and shown in the period between 1933 and 1945. The documentary films present a clean and self-confident Germany and a people of nature lovers, who respect its traditions, is devoted to progress and has an appreciation for beauty. This was something the Nazis particularly liked; they had a pronounced need for beauty. They loved films and they made ample use of them. Most of the films deal with work, leisure and work again. They indulge in a certain kind of populism, one that casts a look of understanding at the simple man. In this way they function like a reversed plebiscite: the regime confirms its people because they show themselves to be devoted and able and because they participate in everything with creative enthusiasm. Today, however, we must ask ourselves what these films can still tell us. They are profoundly hypocritical, and their intention is to conceal which function has been assigned to them. The more they intend to show, the more they seem to need to keep secret. What can be studied in the films is how film pictures are managed: how they are engaged and turned into instruments, how they are arranged and edited, how commentary and sound is added to them, and how they were taken and used. The Nazi film-makers took great pains to do this. Like advertising strategists, they wanted to seduce. The films and their pictures are like masks that show one face and at the same time cover another. Pictures were taken from reality served to hide reality. Kracauer wrote about this that “The Nazis falsified reality just like Potemkim; instead of cardboard, however, they used life itself to build imaginary villages.” (HB)