Farrebique

Georges Rouquier
,
FR
,
1946
,
35mm
,
b&w
,
90'

Er is geen gebrek aan zogenaamd realistische films over één of andere onbeduidende gebeurtenis of één of ander uit het leven gegrepen verhaal. Evenmin is er een gebrek aan boerenfilms. Waarom dan toch wordt Farrebique als het lelijke eendje in deze filmcategorieën bestempeld? Volgens mij is dit toe te schrijven aan het talent van Rouquier, aan zijn vermogen te brengen wat vanzelfsprekend lijkt, maar dat bij nader inzien helemaal niet is. Hij heeft begrepen dat aannemelijkheid en waarschijnlijkheid langzaam de plaats van waarheid hebben ingenomen, dat realiteit langzaam het veld heeft geruimd voor realisme. En dus ondernam hij een moeizame tocht om de realiteit te herontdekken, om haar terug aan het licht te brengen, om haar te redden uit het moeras van de kunst. (...) In deze film is er geen, of zeer weinig, verhaal en zijn er geen sterren, geen acteurs. Er is enkel een realiteit die ieder voor zich, in de verborgenheid van zijn goed of slecht geweten, herkent. “Kijk”, schreeuwden de eerste kijkers van de cinematograaf van de Lumières, terwijl ze wezen naar de blaadjes aan de bomen, “kijk, ze bewegen”. De cinema heeft een lange weg afgelegd sinds de illustere tijden toen de menigte nog tevreden was met een schetsmatige afbeelding van een ruisende tak in de wind! En toch. Na vijftig jaar van filmisch realisme en een enorme technologische vooruitgang, was er niet meer nodig dan een klein beetje genialiteit om het publiek de simpele en elementaire vreugde terug te geven waarin de gefictionaliseerde en gedramatiseerde cinema niet langer kon voorzien, namelijk herkenning. (André Bazin)