Lola Montès

19 April, 2013 - 20:00
SPHINX cinema
Ingeleid door Marcel Ophuls

Verzet: als er één woord het werk van Marcel Ophuls kenmerkt, is dat het wel. Verzet tegen elke vorm van onrechtvaardigheid en banalisering, verzet tegen de heersende dogma’s van documentaire cinema. Het is een attitude die zowel getekend is door een hartsgrondige afkeer (voor onverschilligheid) als door een vurige liefde (voor narratieve film).

Lola Montès

Max Ophuls
,
DE, FR
,
1955
,
35mm
,
colour
,
110'

Max Ophuls' laatste film (en zijn enige in kleur) is een cinematografische tour-de-force vermomd als biografie, in dit geval het gefictionaliseerde leven van een beruchte 19e eeuwse danseres, actrice en courtisane. “Heeft zijn vader’s reputatie als regisseur Marcel geholpen of gehinderd? “Het hielp me om aan werk te geraken. Meer dan wat dan ook, hielp het me om bescheiden te blijven over mijn eigen prestaties. Ik ben geboren in de schaduw van een genie en dat heeft me gered van ijdelheid. Ik heb geen minderwaardigheidscomplex – ik ben minderwaardig.” Ophuls heeft slechts één maal met zijn vader samengewerkt, als derde regieassistent bij Lola Montès. “Dat betekent dat ik de koffiebrenger was.” Het was zijn vader’s laatste film, één die de critici prezen omwille van zijn ingeniositeit. In één shot arriveert Lola in een circusring om scènes uit haar leven na te spelen op een draaischijf die ronddraait in één richting, terwijl de camera rond haar filmt in de tegenovergestelde richting. “Hij was een genie, maar die film heeft hem de das omgedaan. Ik droeg de koffie en zag hem wegkwijnen.” Het was toen dat Max zijn eerste hartaanval heeft gehad, twee jaar later stierf hij. “Mensen zeggen dat hij een romanticus was die private dingen behandelde zoals liefde en dat ik politiek geëngageerd was,” zegt Ophuls. “Dat is nonsens. Ik maak nooit een onderscheid tussen privéleven en politiek – dat is iets bourgeois. Hoe kan je een positie innemen tegenover Nazi Duitsland of in Rwanda, als je je leven leidt door dit onderscheid te maken? Wat ik zeg heeft te maken met burgerschap.” (uit een interview met Stuart Jeffries, 2004)