Balamos

19 April, 2013 - 18:00
Paddenhoek
Cinema behelst de mogelijkheid van wat nog moet komen, van een nieuw ontwaken. Er is de mogelijkheid van een toekomstig bestaan.

Stavros Tornes: één van de vergeten profeten van cinema, ‘poète maudit’ ondergedompeld in het land van mythe en tragedie, metgezel van al de verschoppelingen van de postindustriële samenleving, van al de vagebonden die rondzwerven tussen de overblijfselen van ‘Empire’. Altijd kiezend voor de betovering van de wereld, in al zijn overdaad en buitensporigheid, in het gezicht van het onttovering van het sociale, gekleurd door herinneringen aan bezetting, burgeroorlog en dictatuur. In de handvol films die hij maakte met zijn “alter-ego” Charlotte van Gelder is er geen breuk tussen het reële en het sur-reële: realiteit en fantasie vloeien in elkaar alsof de zintuiglijke wereld wordt bewoond door oeroude, animistische krachten. In de loop van schijnbaar doelloze reizen door tijd en ruimte, stuurloos in een ‘dérive’ door vreemde landschappen, wordt ons het onverwachte wonder van een andere mensheid in zijn vele vormen aangeboden: de terugkeer naar de oorsprong, de afdaling naar de onderwereld, de aankomst in het beloofde land. “Homerus bedient de camera, Heraclitus registreert het geluid”, zo schreef filmcriticus Louis Skorecki. Een cinema voorafgaand aan cinema: ongetemd, onbereikbaar, mythisch. Een cinema die ons doet fluisteren, in complete verwarring, “Waar ben ik”? Niet vanwege de angst voor verdwaling, maar door de onthulling in een diepe slaap te zijn, plots wakker te worden, en niet weten in welke vreemde wereld we wakker zijn geworden.

Balamos

Stavros Tornes & Charlotte van Gelder
,
GR
,
1982
,
16mm
,
colour
,
80'

“Balamos is een populaire film, maar niet makkelijk om te doorgronden. Het suggereert een gepassioneerde, verbeten aanspraak op de poëzie en dromen die de mens voor zichzelf heeft verworven, tegen de dominerende macht in. Balamos gaat over de terugkeer naar het Oosten, over water en aarde, de gekwelde bezorgdheid om vrijheid. Het is een populair verzinsel, geen populistische, moraliserende intrigue. Het is gesitueerd binnen onze cultuur, maar niet op een lokale, pittoreske manier. Het is doordrongen van tijd, maar niet van kalendermarkeringen. Het is zowel zeer oud als zeer nieuw. Het negeert de schikking van fotoromans en verkent het beeld. Tornes volgt een cinematografische lijn die zich ontwikkelt op basis van een van de shots uit Eisenstein’s Que viva Mexico. Er zijn onderliggende, emotionele repercussies uit het werk van de gebroeders Taviani en Straub. De populaire kwaliteit van een film zoals Balamos kan nooit volledig geaccepteerd worden in een tijd die de vakbondsversie van vrijheid predikt. Het is een film die ieder van ons had kunnen maken. Maar de technocraten van de filmindustrie, de technici van het gezag hebben ons beroofd van dat vermogen. Al wat we kunnen doen is onszelf onderdompelen in deze beelden, Balamos’ paard berijden om zo een menselijk recht te heroveren dat te vaak wordt genegeerd of onderdrukt: het recht om te dromen.” (Antonis Moschovakis)