16: de Boer & van Dam / Beavers

6 April, 2014 - 14:00
SPHINX
Twee belangrijke filmmakers – die zich voor deze werken lieten inspireren door andere kunstenaars – exploreren geconcentreerd enkele basisprincipes van cinema: wat doen beeld, het kader, geluid en montage met elkaar? Tegelijkertijd zie je dat ze juist de oneindige complexiteit en schoonheid van die simpele vraag bloot leggen.

sequenza

Manon de Boer & George van Dam
,
BE
,
2014
,
HD
,
15'

Vanuit een lange geschiedenis van samenwerking – aan onder meer Manon de Boers Sylvia Kristel - Paris (2003), Resonating Surfaces (2005) en Think about Wood, Think about Metal (2011) en haar portret van George van Dam in Presto, Perfect Sound (2006) – ontstond het verlangen om samen een film te maken gebaseerd op de compositie Sequenza VIII voor solo viool van Luciano Berio. Van Dam en de Boer onderzoeken hoe ritme en de heldere structuur van deze compositie kunnen worden gearticuleerd in samenhang met bewegend beeld om zo nog dieper in de compositie te kunnen doordringen. De Boer is gefascineerd door het beeld van het intieme contact van de kin, het oor, het gezicht van de violist met de viool, dat zich uitbreidt in de beweging van zijn armen en handen naar het lichaam en de ruimte. Het lichaam en de viool lossen op in abstracte details en dansen weg in de (klank)ruimte.

From the Notebook of ...

Robert Beavers
,
US, CH
,
1971
,
35mm
,
48'

Deze film opent met een reeks door Beavers neergeschreven instructies: ‘Sluit het raam op een kier, film mijn reflectie in de spiegel terwijl mijn hand voor het weerspiegelde licht beweegt.’ In de volgende scène worden de handelingen uitgevoerd voor de camera: Beavers opent en sluit een raam en zijn gezicht beweegt in en uit het licht. Eenzelfde effect, ritmische verhulling en onthulling, komt tot stand met behulp van een gamma rekwisieten zoals ‘mattes’ of kleurfilters die het gezichtsveld kadreren en kleuren. Deze technieken refereren naar de camera’s eigen functie van framing en representatie.

From the Notebook of ... werd gefilmd in Firenze en vertrekt van Leonardo da Vinci’s notitieboekjes en een essay van Paul Valéry over de werkmethode van da Vinci. Deze twee elementen suggereren een impliciete vergelijking tussen de manier waarop renaissancekunst en het bewegende beeld met ruimte omgaan. De film was zeer bepalend in de ontwikkeling van het oeuvre van Beavers door het herhaaldelijke gebruik van een serie snelle pans en opwaartse bewegingen langs gebouwen of gevels in steden waarin hij vaak vluchtig zijn eigen gezicht integreert. Zoals Beavers zelf opmerkte zijn de camerabewegingen verbonden aan de aanwezigheid van de filmmaker en suggereren ze zijn onderzoekende blik. (Henriette Huldisch)