De eerste film in Karlins vierdelige reeks over de Nicaraguaanse revolutie die in 1979 het regime van president Somoza omverwierp. Voyages bestaat uit vijf tracking shots over uitvergrote foto’s die Susan Meiselas maakte tijdens de opstand. De film neemt de vorm aan van een denkbeeldige correspondentie die de verantwoordelijkheid van de oorlogsfotograaf, de scheiding tussen observeerder en participant en de politieke betekenis van het fotografische beeld bevraagt. “Foto’s hebben in zekere zin een voorsprong op ons vermogen om met ze om te gaan – we hebben nog geen manier gevonden om ze te benaderen, om met ze te leven. We hebben hen bepaalde kanalen toegewezen – ‘taal’, ‘kranten’, ‘tijdschriften’, ‘boeken’ – die de enige mogelijke middelen lijken waarmee we ze als het ware een gronding kunnen geven. We gaan aan ze voorbij, doorbladeren ze, vragen dingen van ze die ze ons niet kunnen geven... Bevrijd foto’s van hun priesters en heksendokters – mezelf incluis. We hebben geen vertalers nodig. We hebben blikken nodig – en dus is het aan de fotograaf om zijn of haar contract te vernieuwen: wat kunnen foto’s en hun ordening doen om besloten interpretaties à la John Berger uit te dagen – en ons te doen nadenken over onszelf in verhouding tot Nicaragua.” (MK)
Een filmische exploratie van Londen als een symbolische en civiele ruimte die de idealen van welvaart en de hoop op een nieuw begin representeert, in contrast met de realiteit van de harde verwelkoming waarop veel migranten worden onthaald. In 1989 was de conservatieve regering drie jaar gevorderd met een programma voor welvaartscreatie en stadsherontwikkeling dat ongezien was in het twintigste-eeuwse Groot-Brittannië. Black Audio Film Collective’s derde werk kan gezien worden als de eerste essayfilm die het nieuwe Londen in kaart bracht, gravend doorheen de Docklands, de City, Limehouse en Isle of Dogs. Bewegend tussen archiefbeeld, fictie-script, studio-interview, fotografisch tableau en brede travelling shots, wordt Londen herverbeeld als een nachtelijke stad van licht en glas, begrensd door een landschap van dromen, aangestuurd door elektronische pulsaties.
"Mathison’s modus operandi is to exploit the synthesiser’s innate ability to be inhuman. The result is that sound offers no refuge from deterritorialisation. There is no ‘core of affect’ — whether gospel or reggae or blues or jazz — around which the film can secure an inviolable core of identity; on the contrary, the score marshals its affects and identifications from within electro-modernity, from inside the synthesiser’s inherent alienation- effect." (Kodwo Eshun)



