Wed 25 November 2020 - 20:00
25 NOV 2020 - CANCELLED (COVID-19)
“My work must project and reveal the materials, procedure and process. I believe that this approach is not necessarily important to be noticeable to the viewer; it merely explains how I continue to approach the craft of art making. I firmly believe that the materials of the work must be noticeable. Procedure is the formal quality I am exploring with the work. The process is the execution of the formal quality. Once I have a grasp of procedure, the process becomes a discipline.”
Courtisane en STUK brengen een hommage aan de kunstenaar en cineast Kevin Jerome Everson. Deze onvermoeibare meesterportrettist filmt de Afro-Amerikaanse werkende klasse tijdens het dagelijks leven bij werk en ontspanning, wars van alle narratieve conventies en clichés met betrekking tot de representatie van Afro-Amerikanen op het scherm.
Materiaal, proces, procedure: deze drie woorden definiëren voor kunstenaar-filmmaker Kevin Jerome Everson de kern van zijn artistieke benadering. Het is met behulp van deze benadering, gegrond in een vroege voorliefde voor het minimalisme en een achtergrond in beeldhouwkunst en straatfotografie, dat hij als geen ander de poëzie weet te evoceren van de levens en ervaringen van proletarische Afro-Amerikaanse gemeenschappen. Eerder dan een conventioneel realisme na te streven, verkiest hij om alledaagse uitingen te abstraheren tot theatrale gebaren en prozaïsche situaties te choreograferen tot artificiële composities. Hij zoekt minder naar een klassieke vertelvorm, maar, naar eigen zeggen, steeds meer naar een pure vormelijkheid.
De films van Everson, die woont in Virginia, maar geboren werd in Mansfield, Ohio, als kind van ouders die tijdens de Grote Migratie overkwamen uit Mississippi, zijn onlosmakelijk verbonden met de socio-economische omstandigheden en geschiedenissen van het Midden-Westen en het Zuiden van de Verenigde Staten. De lokale condities van arbeid, migratie, taal en cultuur vormen de grondstof waaruit hij zijn onderwerpen puurt, waarbij hij bij uitstek aandacht schenkt aan de concrete verrichtingen en gebruiken die door die condities werden bewerkstelligd. Van Tayloriaanse arbeidsrituelen tot Spartaanse sportoefeningen, van de behendigheidskunsten van rodeo riders tot de vingervaardigheid van straatgoochelaars: Everson focust bij uitstek op de performatieve kwaliteiten die spreken uit de gebaren, uitdrukkingen en interacties die al te vaak onopgemerkt en ondergewaardeerd blijven. De films suggereren de onafgebroken cirkelgang van het alledaagse leven, maar bovenal de schoonheid, waardigheid en bedrevenheid die erin besloten ligt. “De mensen op het scherm zijn altijd meer bijdehand dan de kijker”, merkt hij op, “het is aan de kijker om hen bij te benen.”
De bekommernis voor werk en vakmanschap laat zich ook merken in zijn eigen kunstpraktijk en arbeidsethos. Everson produceerde in ruim twintig jaar tijd een continu aangroeiend oeuvre van meer dan 170 korte werken en een tiental langspeelfilms, die telkens opnieuw weer opvallen door hun uitzonderlijke zorg voor de bijzonderheden van plaats, beweging, spraak en vorm. Voortdurend schipperend tussen realiteit en artificialiteit, materialiteit en narrativiteit, etaleert Everson een alsmaar groeiende kunde in de kunst die door een andere vakman ooit treffend werd omschreven als “beeldhouwen in de tijd”.
Part of the one-hundred anniversary of the great Black migration in Philadelphia, Pennsylvania, Eason is loosely based on the life of James Walker Hood Eason (1886-1923) a long time member of the UNIA of Philadelphia.
One of Everson’s signature archival films that reveal the construction of performance and portrayal in a minimally edited interview with Martin Luther King’s first cousin about police brutality during race riots in Cleveland Ohio.
With a rich source of found and original footage, this short film presents several versions of tragic events in the rural South.
A cautionary tale about when not to run. It uses archival reportage and voiceover recollection to trace through repetitive corridors of presumption, justice and judgment.
Shot on 16mm in the summer of 2013, Fe26 follows two gentlemen around the East Side of Cleveland, Ohio, and examines the tensions between illegal work — in this case, the stealing of manhole covers and copper piping — and the basic survival tactics that exist in areas of high unemployment. The film features two local residents, Issac “I-Pleeza” Chester and Jonathan “Streets” Lee, previously seen in Rita Larson’s Boy/The Tombigbee Chronicles No. 2. As in Sound That, the buried suggests the relationship between what’s seen above ground and the elements taken for granted beneath the surface, in this instance, criminal deeds and activities. (KJE)
In Mansfield, Ohio, multiple UFO sightings yield both passionate firsthand accounts and detailed reflections; meanwhile, suburban youths raise their arms toward the heavens in becalmed surrender.
Finds the University of Virginia gospel choir, Black Voices, returning from a triumphant concert in Hampton Roads.
About an Airman training to be a pilot at Columbus Air Force Base 14th Flying Training Wing in Columbus, Mississippi.


