Een taalles in het donker. Drie kinderen in Joal, Senegal, herhalen een aantal woorden in het Wolof. Terwijl ze de textuur en de muzikaliteit van de taal proeven, ontvouwt zich geleidelijk aan een constellatie van kleuren en nuances. “Alle woorden die ik had gekozen hadden tot op zekere hoogte te maken met kolonialisatie. Wolof heeft woorden voor verschillende tinten van donker: van wit, via bleek, grijs en vaal, tot donkerachtig, zwart en pikzwart (wat veelzeggend is over de verschillen, vooroordelen, rollen en hiërarchie in hun maatschappij). En toch hebben ze de woorden voor rood, geel, blauw verloren: ze gebruiken de Franse woorden ‘rouge’, ‘jaune’ en ‘bleu’. Hoe kan zo’n rijke taal geen woorden hebben voor de hoofdkleuren, maar tegelijk zo gevoelig zijn voor kleur?” (AS)



