De eerste film van Jean-Marie Straub zonder Danièle en een liefdesgedicht aan haar. Straub koos opnieuw voor een dialoog uit Gesprekken met Leuco, de bundel van Cesare Pavese die ook aan de basis lag van Dalla Nube alla Resistenza (1979) en Quei Loro Incontri (2006) toen ze nog samen waren. Pavese’s meest persoonlijke dialoog legt de pijnlijke kloof bloot tussen een sterveling, Endymion, en de vrouw van wie hij houdt, de godin Artemis. Straub filmt Endymion die het verhaal doet van zijn ontmoeting met Artemis tegen een vreemde op de hellingen van het bos van Buti, het Toscaanse dorp waar hij en Huillet sinds Sicilia! (1999) al hun Italiaanse films opnamen met een groep niet-professionele acteurs van het plaatselijke Teatro Comunale. Als een soort grafmonument begint de film met een vier minuten durend zwart scherm, begeleid door het laatste deel van Gustav Mahlers Abschied uit Das Lied von der Erde. Dit stuk vindt aan het eind een echo in Heinrich Schütz’ zeventiende-eeuwse Klagelied – twee treurzangen voor de jonge dochter en de overleden vrouw van de respectievelijke componisten, die hier optreden als een versluierde boodschap van degene die achterblijft aan degene die in hem blijft. De film rijst dus op uit een gezang in het donker om uiteindelijk in het woud te verdwijnen met het gefluister van de wind na een korte ronde van de camera door het bos – nu leeg en verstomd, maar bewoond door de levende herinnering aan Huillet. “De natuur bezit tien miljoen keer de verbeelding van de meest vindingrijke kunstenaar.” (Jean-Marie Straub)



