Ruim twintig jaar na People’s War, waarin zijn engagement tegen het Amerikaanse oorlogsbeleid vorm kreeg, keert Kramer terug naar zijn startpunt: Vietnam. “Dit was”, aldus Kramer, “wat ik kende, waar ik in geïnteresseerd was, waar ik het meest in had geïnvesteerd, waar ik al een andere film had gemaakt. Ik vroeg me af hoe ze de dingen daar konden zien: nadat ze zo’n prijs hadden betaald, de kans kregen om onder bedreiging van een pistool deel te nemen aan de Nieuwe Wereld Economie op de voorwaarden van de Nieuwe Wereld Orde. Het was of dat, of verdwijnen in de vergetelheid, zoals Cuba.” Point de départ is een poging om een onveranderlijk verleden te verbinden met een onweerlegbaar heden. In Hanoi leven, ondanks economische transformaties, de revoluties van de afgelopen halve eeuw voort in de herinneringen van degenen die ze hebben meegemaakt: Kramer’s voormalige gids uit 1969, die sindsdien Don Quichot heeft vertaald, of een koorddanser in het nationale circus die het spook van de verloren hoop weg balanceert; een man die foto’s nam van B52’s en een ander die zijn vingers verloor bij het neerschieten ervan. Maar ook activiste Linda Evans, die deel uitmaakte van de ploeg die People’s War filmde en in 1985 tot 40 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. “Je kunt mijn film zien als een rouwproces voor de ideeën waarvoor Linda in de gevangenis zit. Mijn ideeën zitten in de gevangenis.”
“Many of the ideas that some people died for have been forgotten. It is necessary to read through the pages of recent history. The ‘starting place’ is really after the film. It is now. I could have made this film in another place. The most important thing was not to talk particularly or exclusively about Vietnam, but was, above all, this idea of ‘starting place.’ Because that’s the way things are, we have to start out from a look at what we have experienced over the last thirty years.”
French, English and Vietnamese spoken, English subtitles



