In Sotiros is er een ongesproken dialoog en een waargenomen dialoog. De eerste vindt plaats tussen de tussentitels en de beelden; de tweede wordt bewogen door het statief en de emoties van de filmmaker. Beide dialogen zijn verweven met de beweging van het zonlicht, terwijl het de kamer rondcirkelt, elke muur aanrakend, onthecht en intiem”. “De kijker moet ontdekken waarom een beeld gekozen was om te representeren; de stilte van een dergelijke ontdekking wordt een moment van verlossing. Het is niet het werk van de filmmaker om je dat te vertellen: zijn werk is om de film te maken en te beschermen wat hij doet, in de sereniteit van een gedachte zonder woorden, zonder de kwaliteit van woorden die zouden vernietigen wat hij wil representeren. Het startpunt is het oog van de kijker, het eerste zintuig, en dan doorgaan naar de andere, terwijl hij de aanwezigheid herkent die bewustzijn wordt. Het is geen kwestie van de inhoud van de film te begrijpen; de kijker creëert eerder een orde binnen zichzelf, en deze orde is al even bewust als Taal”. (RB)



