Symbiopsychotaxiplasm: Take One

William Greaves
,
US
,
1971
,
HD
,
colour
,
75'

Toen Symbiopsychotaxiplasm: Take One in 1991 boven water kwam, betekende dit een dubbele verrassing. Het verbaasde zij die meenden volledig vertrouwd te zijn met de belangrijke onafhankelijke en experimentele films van de jaren zestig. Het verwonderde ook zij die overtuigd waren volledig vat te hebben op de loopbaan van William Greaves (1926 - 2014): de toneeldocent en theater­- en filmacteur die vervolgens regisseur en producent werd van documentaires. Geen van deze carrières leek dit unieke meta­-filmexperi­ ment te kunnen verklaren. Toch blijkt deze door Greaves zelf omschreven “studie van het creatief proces in actie”, net zozeer als zijn andere films, een combinatie van zijn belangstelling voor acteurs en acteren en zijn behoefte om echte gebeurtenissen te documenteren en interpreteren. Symbiopsychotaxiplasm, opgevat als ‘take one’ in een reeks van ‘takes’, documenteert de opname van een vreemde film in Central Park. “Tijdens een zonnige namiddag repeteren verschillende koppels herhaaldelijk een screentest onder het inschikkelijk oog van de regisseur. Het scenario is snedig maar eerder banaal, de acteurs gespannen en ongemak­ kelijk. De medewerkers worden op het verkeerde been gezet door de filmmaker, gespeeld door Greaves zelf, wiens twijfelachtige, vage en opzettelijk tegenstrijdige regiestijl woede opwekt. Ten einde raad lenen ze een camera en filmen ze zichzelf terwijl ze onsamenhangende maar urgente debatten voeren over de filmopnames. Het kader splijt in twee. Greaves moedigt de paleisrevolutie van zijn team aan; luidruchtige landlopers betreden de non­-set en kapen de non­-film, geluidsniveaus blijven haperen en door dit alles heen glijdt de soundtrack van Miles Davis’ In a Silent Way: sereen, serieus en enigmatisch.” (The Otolith Group)

 

“Symbiopsychotaxiplasm is neither a documentary nor a traditional feature. At least I don’t feel that it is. It is more of a happening. Instead of being a form of conventional art it is a piece of abstract art. Abstract in the sense that it does not obey the language of convention. It obeys the mind, the heart, the intuition, the subconscious. These are the determinants, rather than the Aristotelian approach to drama — the traditional dramatic form of Sophocles or Ibsen or whomever. You’re going for — let’s call it divine action, another level of insight into the human condition, using cinema.” — William Greaves

What if they made a revolution and nobody saw it? That’s what happened in 1968, when William Greaves filmed one of the most daring and original movies of the time... It’s one of the greatest movies about filmmaking ever made, and one that would have spoken to young independent filmmakers of the time. It’s a vision of filmmaking that didn’t get seen when it could have made a decisive difference for a new generation... The movie is no mere self-exploration or self-reflection but a vision of the times, a crucial work of late-sixties politics in action.” — Richard Brody, The New Yorker

 

English spoken, no subtitles