Voor deze twee programma’s heb ik bewust een zeer diverse selectie films gemaakt uit de afgelopen 50 jaar. Sommige kunnen losweg als documentaire worden omschreven, andere als fictie. Maar één ding verbindt ze allemaal — ze zijn steeds opgebouwd uit documentaire beelden van de wereld om ons heen. Elk programma begint met een film van een andere kunstenaar die ik erg invloedrijk vond toen ik mijn eigen werk begon te maken. Ze laten elk op hun manier zien dat film in staat is om onze lezing van documentaire beelden te trans- formeren — om zo een eigen realiteit te creëren — en dat beelden oneindig veranderlijk zijn.
Dit programma begint met Unsere Afrikareise van Peter Kubelka. In tegenstelling tot Repertory toont deze film wél enkele zeer dramatische gebeurtenissen. Maar wat mij het meest trof toen ik hem ruim 50 jaar geleden voor het eerst zag, was het drama dat werd gecreëerd door montage — door de vaak niet-naturalistische combinatie van beelden en geluiden. In 1972 leek het pure magie toen een geweerschot op de soundtrack precies samenviel met hoe de hoed van een toerist door een onschuldige windvlaag werd weggeblazen. Ik realiseerde me dat filmische montage, in de juiste handen, tegelijkertijd letterlijke, metaforische én abstracte functies kan vervullen. Ik begreep dat representatie en abstractie binnen hetzelfde werk naast elkaar kunnen bestaan en elkaar kunnen aanvullen — en dat cinematografische vorm net zo belangrijk is als het onderwerp dat wordt vastgelegd. (John Smith)
In the presence of John Smith
Curated by John Smith
In 1961 werd de jonge filmmaker Peter Kubelka door een groep Oostenrijkse jagers ingehuurd om hun reis naar Afrika vast te leggen, in de veronderstelling dat de film kort na hun terugkeer klaar zou zijn. Tegen alle verwachtingen nam het proces uiteindelijk vijf jaar in beslag. Toen Kubelka de afgewerkte film uiteindelijk aan zijn opdrachtgevers bezorgde, bleek de scherpe kritiek op koloniale uitbuiting iets volkomen anders dan wat ze hadden verwacht. Het resultaat werd, op zijn zachtst gezegd, slecht ontvangen. De film bevat beelden van dierenmishandeling die sommige kijkers als verontrustend kunnen ervaren.
Worst Case Scenario is opgebouwd uit een verzameling foto’s die het dagelijks leven van een Weense straathoek schetsen. Gefilmd gedurende één week vanuit een raam met zicht op de scène, verkent de film de ambiguïteit van zijn beelden, en ontwikkelt daarbij thema’s rond kijken en bekeken worden, afstand en ongemakkelijke nabijheid. Terwijl de statische wereld van de foto’s geleidelijk tot leven komt, opent de soundtrack een andere, onzichtbare ruimte voor de kijker. Een steeds onwaarschijnlijker keten van gebeurtenissen en relaties begint zich te ontvouwen.
In zijn prachtige elegie voor de huizen in Oost-Londen die werden gesloopt voor de aanleg van de M11 Link Road, verweeft John Smith de stemmen van de mensen die uit hun huizen werden gezet met beelden van de sloop, onder een dramatische score van Jocelyn Pook. Op het gedreun van bakstenen laat de magistrale montage waarschuwingsflitsen van rood, groen en blauw zien. Ze groeien uit tot kleurstrepen, terwijl figuratieve details van het dagelijks leven worden opgeslokt door mechanistisch geweld. Smith laat de graffiti op de overgebleven huizen getuigen van het protest. De stem van één bewoner blijft ons achtervolgen: “Het heeft een eigen levenskracht. Dat huis heeft een geest.” Blight weergalmt nu als een beklijvende oproep om te stoppen met het vernietigen van onze planeet en om meer dialoog rond de aarde te voeren — tussen architectuur, infrastructuur en gemeenschap, voorbij onze afhankelijkheid van snelheid en groei. (Cherry Smith)
Smith is al lange tijd gefascineerd door het concept van misverstand — of het nu ideologisch, politiek of taalkundig van aard is, of voortkomt uit subjectieve vertelling, filmapparatuur of onze relatie tot de media die onze kijk op de wereld vormgeven. Smiths nieuwste video, Steve Hates Fish, is een verkenning van het gefabriceerde misverstand. Smith brengt de populaire smartphone-app ‘Word Lens’ — die tekst in realtime vertaalt via de camera van de telefoon — opzettelijk in de war. Zo herschept hij de uithangborden van de winkels in zijn buurt tot een bazaar van dadaïstische woordspelingen. De springerige, vaak nutteloze woordenbrij op het scherm wekt een vorm van empathie op. Hoe de app in zijn geheugen zoekt naar een passende vertaling, lijkt wel op de vergeefsheid waarmee je probeert wijs te worden uit de bewegwijzering in een land waarvan je de taal niet spreekt. (Patrick Armstrong)
De enige keer dat ik een communistisch land bezocht was toen ik in 1980 naar Polen ging, niet lang nadat Margaret Thatchers conservatieve regering werd verkozen in Groot-Brittannië. Ik bezocht Oost-Duitsland voor het eerst in 1997, acht jaar na de val van de Berlijnse Muur en een paar maanden nadat Tony Blairs ‘New Labour’-regering werd verkozen. White Hole roept deze herinneringen vele jaren later weer op, en bevraagt de idealisering van het leven op andere plaatsen en in andere politieke systemen. Het herinnert aan een tijd waarin we ons tenminste nog konden voorstellen dat het gras aan de overkant groener was.
Een uitzicht over de grens in Nicosia, de verdeelde hoofdstad van Cyprus. De camera kijkt over de daken, van het Grieks-Cypriotische zuiden naar de bergen van de Turkse Republiek in het noorden — waar nationalistisch vertoon wordt versterkt aan de hand van filmische middelen. Door te bewegen tussen macro- en microperspectieven plaatst Flag Mountain dramatisch spektakel tegenover het alledaagse leven, terwijl bewoners aan beide zijden van de stad hun gewone gang gaan.
Hamas heeft net de Palestijnse verkiezingen gewonnen, en in een hotelkamer in Rotterdam herinnert een reep chocolade de filmmaker eraan dat er belangrijkere dingen gebeuren in de buitenwereld. Precies een jaar later keert hij terug naar dezelfde stad en checkt in bij een heel ander hotel. Pyramids / Skunk is de vijfde aflevering van Smiths Hotel Diaries-serie. Via een reeks video-opnames in hotels in zes verschillende landen documenteert Hotel Diaries zes jaar lang het ‘War on Terror’-tijdperk van Bush en Blair. Ze verbinden de aanhoudende conflicten in Afghanistan, Irak en Israël/Palestina met Smiths persoonlijke reiservaringen. De werken spelen met toeval en samenloop van omstandigheden, en zetten de hotelkamer in als een ‘gevonden’ filmset. Architectuur, inrichting en decoratie worden een middel om Smiths kleine avonturen te koppelen aan grote wereldgebeurtenissen.



