Toen de filmmaker in Wenen een concertticket uit 1967 vond, zette dit haar op een muziekhistorische tocht in Oostenrijk die haar uiteindelijk zou leiden naar haar thuisland, Schotland. Terwijl ze de informatie op het ticket en de geschiedenis er achter volgde, ontving ze een brief van haar vader die noopte tot een breder onderzoek naar de sociopolitieke achtergrond van de muziek die tijdens die nacht werd gespeeld. In een uitgebreide conversatie verkenden zij en haar vader verschillende tijdperken uit de Oostenrijkse geschiedenis. Van de periode waarin de familie Strauss de wals groot maakte tot de opgang van het fascisme en de smet die het achterliet op de hedendaagse politiek. Het ticket en zijn brief worden ‘readymades met belang’ die een contemplatie uitlokken over hoe het verleden en het nu verstrengeld zijn, en over de spanning tussen de schoonheid van de wals en de realiteit van de tijd waarin de wals voortbestaat. Terwijl aanvankelijk alles om het ticket draait, groeit de film uit tot een ontroerend portret van de vader van de filmmaker, die zijn kennis en, soms luchthartig, herinneringen met haar deelt.



