Voor deze twee programma’s heb ik bewust een zeer diverse selectie films gemaakt uit de afgelopen 50 jaar. Sommige kunnen losweg als documentaire worden omschreven, andere als fictie. Maar één ding verbindt ze allemaal — ze zijn steeds opgebouwd uit documentaire beelden van de wereld om ons heen. Elk programma begint met een film van een andere kunstenaar die ik erg invloedrijk vond toen ik mijn eigen werk begon te maken. Ze laten elk op hun manier zien dat film in staat is om onze lezing van documentaire beelden te transformeren — om zo een eigen realiteit te creëren — en dat beelden oneindig veranderlijk zijn.
Dit eerste programma zet films voorop waarin het woord onze perceptie van de beelden vormgeeft. Toen ik als jonge student Ian Breakwells film Repertory zag, was ik verbijsterd door hoe een tracking shot rond een gewoon gebouw ingrijpend veranderde door het gebruik van een voice-over. Het beeld toonde de buitenkant van een afgedankt theater, maar dankzij Breakwells stem kon mijn verbeelding de ruimte binnengaan en zag ik de surrealistische scenario’s die hij beschreef levendig voor me. Repertory maakte me duidelijk dat je geen dramatische gebeurtenissen hoeft vast te leggen om drama te creëren; het gebruik van een voice-over kan de meest alledaagse beelden buitengewoon maken. Misschien wel het belangrijkste wat ik leerde, was dat je door onafhankelijk en met beperkte middelen te werken, een veelheid aan ideeën kan exploreren. Als je geduldig bent en aandachtig genoeg kijkt, kan je alle betekenis dicht bij huis vinden of creëren. Alle films in dit eerste programma onderzoeken de liefde-haat-relatie die ik heb met de kracht van het woord. Ze worden grotendeels gekenmerkt door het gebruik van voice-over of captions, die verwachtingen creëren — en vaak ook weer onder- graven. (John Smith)
In the presence of John Smith
Curated by John Smith
De beelden in Repertory bestaan uit één doorlopende tracking shot, waarbij de camera volledig rond de buitenkant van een afgesloten en leegstaand theater cirkelt. Hij filmt de muren, deuren en lege afficheborden, en vangt vluchtige glimpen op van voorbijgangers. Op de soundtrack beschrijft een stem een drie weken durende cyclus van denkbeeldige voorstellingen die in het theater plaatsvinden. De onmiddellijke polariteit tussen het concrete, gedefinieerde beeld en het fictieve verhaal wordt versterkt door de aard van de grappig absurde en fantasierijke beschrijvingen. (Tony Rayns)
In 1976 filmde John Smith — toen nog student aan het Royal College of Art — een gewone straathoek in Oost-Londen: voorbijgangers, verkeer, vogels die door de lucht zweven, mensen in de rij voor de bioscoop. Pas later voegde hij een gezagdragende voice-over toe die elke beweging op het scherm lijkt te orkestreren — zijn eigen goddelijke stem die retroactief het bevel opeist over alles wat we zien. Geïnspireerd door Truffauts La nuit américaine, legt dit avant-gardistische meesterwerk bloot hoe cinema door middel van narratie betekenis construeert. Een briljante beschouwing over filmmaken, auteurschap en controle, toeval en intentie, en het moment waarop beschrijving overloopt in instructie. (Nana Bahlmann)
In The Black Tower betreden we de wereld van een man die ervan overtuigd is dat een toren hem door Londen achtervolgt. Het karakter van de centrale protagonist wordt enkel gesuggereerd door een narratieve voice-over die ons meeneemt van onbehagen naar inzinking naar mysterieuze dood. Ondertussen leveren de beelden — minutieus gecontroleerd en gearticuleerd — een reeks kleurgecodeerde puzzels, grapjes en woordspelingen die de kijker meeslepen in een geestesprikkelende uitdaging. Smiths zelfverzekerdheid en vakmanschap als filmmaker ondermijnen het idee dat avant-garde droog, onprofessioneel en saai zou zijn. The Black Tower is een voorbeeld van een film die zowel met de emoties als met de taal van de cinema speelt. (Nik Houghton)
Dad’s Stick toont drie veelgebruikte voorwerpen die mijn vader me kort voor zijn overlijden toonde. Twee van deze objecten waren zo doordrongen van geschiedenis dat het hun oorspronkelijke vorm en functie bijna volledig vertroebelde. Het derde object dacht ik meteen te herkennen, maar bleek uiteindelijk iets helemaal anders te zijn. Door te focussen op deze ambigue artefacten en op gebeurtenissen uit hun geschiedenis, vormt Dad’s Stick een dialoog tussen abstractie en letterlijke betekenis. Terugkijkend op een halve eeuw, onderzoekt het werk de tegenstrijdigheden van geheugen en schetst zo een omfloerst portret van ‘een perfectionist met een vaste hand’.
Onder het oog van de wereldpers klauterde bouwvakker Graham Fagg uit Dover op 1 december 1990 door een gat in een krijtmuur, 40 meter onder de zeebodem van het Kanaal, schudde de hand van bouwvakker Philippe Cozette uit Calais en riep: “Vive la France!” Op 23 juni 2016 stemde een meerderheid in Groot-Brittannië voor een vertrek uit de Europese Unie. Geïnspireerd door een boodschap voor automobilisten op Eurotunneltreinen, is Song for Europe een onderwaterviering van de verbinding van Groot-Brittannië met het vasteland.
Een autobiografische beschouwing over zijn bescheiden naam voert de filmmaker langs een grillig pad van familiefoto’s, persoonlijke archieven en internetzoektochten. Afwisselend wrang en weemoedig, doorspekt met Smiths karakteristieke geestige commentaar, fladdert Being John Smith heen en weer tussen zelfspot en ‘cris de coeur’. Het levert subtiel hilarische observaties over Smiths lagere middenklasse-afkomst en zijn carrière als toonaangevende figuur in de avant-gardecinema, evenals onverwacht melancholische impressies over ouder worden en uitsterving. (NYFF)
Na de wereldpremière van Being John Smith op het Filmfestival van Toronto zet een vreemde ervaring in zijn hotel de filmmaker aan het denken over de aard van de realiteit.



