In the presence of Vartan Avakian, Max Göran
The Expulsion is een diep persoonlijk werk dat de rijke innerlijke wereld van een naamloze migrant belicht, verwijzend naar thema’s als ras, klasse en gender. De film verweeft getuigenissen en dagdromen, en roept zo de energie en herinneringen op van het Oost-Londen van de jaren 1990, vóór de gentrificatie. Daarbij benadrukt het werk de monotone ritmes van fysieke arbeid en verkent tegelijk het gewicht van de frustrerende consumentistische aspiraties in Londen’s West End.
De verteller dwingt een denkbeeldige toeschouwer te kijken naar wat onzichtbaar is gemaakt: schoonmakers, arbeiders, conciërges, portiers, buitenwippers en vuilnisophalers die elk hun deel van de koek (hoe bedorven ook) proberen op te eisen. De film leidt ons naar een schaduwwereld van ‘onzichtbare’ arbeiders en transformeert de alledaagse handelingen van schoonmaak en onderhoud tot iets dat de kracht heeft van gebedsrituelen of lanceringscodes. Elke herhaling impliceert een poging om apotheose te bereiken — om uit de vicieuze cirkel te ontsnappen of op zijn minst de betekenaars van verschil en armoede af te schudden. De film verbindt een alomtegenwoordig verleden met hedendaagse zorgen over maatschappelijke onrechtvaardigheid, klasseplafonds en uitgewiste geschiedenissen. (Larry Achiampong)
In The Video Story verzamelt kunstenaar en filmmaker Vartan Avakian VHS-beelden die gemaakt zijn met de camera die zijn vader — een mechanicus en begrafenisondernemer — ooit kocht. Via dit materiaal onderzoekt Avakian zijn familierelaties en verkent hij thema’s als mondelinge en gefilmde geschiedenis, afstand in ruimte en tijd, en de klassenverschillen die werden gevormd langs de culturele en sociale breuklijnen tussen hem en zijn vader.
“In 1983 kocht hij een videocamera — sindsdien is niets meer hetzelfde. “Films zijn realiteit,” zei hij me. Enkele jaren later vroeg hij om de gelekte sextape van Nicole Ballan. The Video Story is gebaseerd op het home video-archief van een familie die hun relatie tot de werkelijkheid en fantasie drastisch zag veranderen toen een VHS-camera hun leven binnendrong.” (Vartan Avakian)
Kunstenaar en filmmaker Max Göran reist van Berlijn naar het noorden van Zweden om haar vader te bezoeken, en legt deze terugkeer vast op film. De ontmoeting wordt getekend door klassenverschillen, door wat het betekent als iemand sociaal en cultureel kapitaal verwerft. Het is een poging om de kloof te overbruggen die ontstaat tussen wie van klasse verandert en wie niet.
“Ik wil mijn vader, een houthakker met wie ik weinig contact heb, zien omdat ik benieuwd ben naar de verbanden tussen rechts-populisme en de verbondenheid met de arbeidersklasse. Met een camcorder in de hand benader ik onze relatie, die gekleurd is door politieke meningsverschillen en verschillende levensomstandigheden. Het gebrek aan raakvlakken wordt overbrugd door de camera: hij speelt zichzelf en ik leg zijn beeld vast — een praktijk die zowel gewelddadige als helende kwaliteiten in zich draagt.” (Max Göran)
María Ruido werd geboren in een arbeidersklassegezin, buiten de kunstwereld. In La memoria interior duikt ze in haar familiegeschiedenis en onderzoekt er de ervaring van haar ouders, die arbeidsmigranten waren. De film verkent de emigratie van Spanje naar Duitsland in de zoektocht naar fabriekswerk, en reflecteert op wat wordt onthouden — en wat vergeten. Vertrekkend vanuit persoonlijke ervaring bevraagt de film wie verhalen over arbeid mag vertellen. Het werk stelt herinneringen ter discussie die gevormd zijn door instituties, en vaak van hun politieke kracht zijn ontdaan. Ruido stelt ook haar eigen rol en verantwoordelijkheden als kunstenaar uit een arbeidersklassegezin in vraag, waarbij ze de verschillende vormen van arbeid — en hun gevolgen — verkent.
“Het werk is het resultaat van een reis naar Duitsland en een persoonlijk onderzoek dat meerdere jaren in beslag nam. Het richt zich op de constructie van geheugen en op de mechanismen achter de productie van geschiedenis. Door mijn familiegeschiedenis te vertellen, graaft het werk in het geheugen van de (destijds nog recente) emigratie van Spanje naar Europa. Vanuit persoonlijke ervaring verzet het zich tegen het idee van een officiële geschiedenis en een officieel geheugen — beide beperkt tot instituties, en gestructureerd rond het neutraliseren van politieke subjecten.” (María Ruido)



