Bewegend tussen gescripte scènes, documentaire- en archiefbeelden, exploreert Foragers hoe de traditionele Palestijnse praktijk van het foerageren van wilde eetbare planten — met name ‘akkoub en za’atar — gecriminaliseerd wordt door de Israëlische regering. Voor Palestijnen vormen deze wetten een ecologische sluier voor wetgeving die hen verder vervreemdt van hun land, terwijl vertegenwoordigers van de Israëlische staat hameren op hun wetenschappelijke expertise en plicht tot bescherming. Foragers volgt de planten van het wild tot in de keuken, van de achtervolgingen tussen de foerageurs en de natuurpatrouille tot aan de verdediging in de rechtszaal en legt de overgeërfde liefde, vreugde en kennis in deze tradities vast, samen met hun weerbaarheid tegen de verbodswet. Door de voorwaarden en beperkingen van natuurbehoud te herzien, roept de film vragen op over de politiek van extinctie, namelijk wie bepaalt wat tot uitsterven is gedoemd en wat blijft voortbestaan. “As much as the film is about all of the legal battles that Rabea has worked on, the starting point was a place of joy, from really loving to be out in nature finding, picking, and learning about all of these different plants. I mean, it’s quite an incredible feeling in the springtime in Palestine. You don’t really need to go to the supermarket. There are so many wild-growing edibles, it is magical. That was very central when I started working on the film, and I wanted it to remain central. I wanted joy to be felt as much if not stronger than the anger towards the criminalization of the practice.” (Jumana Manna)



