Vicky Smith gebruikt haar eigen volwassen, naakte lichaam als experimentele ruimte, en legt daarbij vast hoe ze steeds opnieuw in zichzelf valt. Een spookachtig wit, gelaagd horizontaal lichaam — stil of trillend — wordt tot leven gewekt op handmatig ontwikkelde zwart-witfilm. Ze maakt gebruik van orthochromatische filmstock, een van nature blauw gevoelig materiaal dat de oppervlakte van de huid — aderen, sproeten, oneffenheden en fijne lijnen — benadrukt. Hiermee voegt ze textuur toe aan haar lichaamssculptuur: een opeenhoping van ledematen, torso’s, handen, voeten en hoofden. De toenemende superpositie fragmenteert het lichaam en laat het opnieuw verschijnen, als een ‘corps morcelé’ dat zich verzet tegen samenhang. In haar stille, evocatieve meditatie over het menselijke lichaam, zwaartekracht, vallen en fragmentatie, weeft Smith ook humor door de film: uit de duisternis duikt een verwilderd oog op — een stel bijtende en klapperende tanden jaagt een koude rilling door ons heen. Zo brengt ze lichtheid of herstel in de berusting. Ze geniet van haar eigen lichaam — een autonomie die hypnotiserend werkt.



