“For the distance is measured, and that is what matters. By measuring the distance, we come home.”
Border Country (1960) — Raymond Williams
Nu de aloude ankers die ons aan de wereld binden zich lijken los te wrikken en steeds verder wegdrijven, stelt de vraag van ‘behoren’ zich met hernieuwde kracht. Wat betekent het om te behoren tot een plaats, tot een gemeenschap, tot een affectieve ruimte? Hoe geven we vorm aan verbindingen wanneer de infrastructuren voor collectief bestaan afbrokkelen? Wat kan het betekenen om thuis te zijn? Een hardnekkig narratief over thuis gaat uit van de mogelijkheid van een ruimte die puur is, die niet bezoedeld is door beweging of verschil; een plek met vaste grenzen waar alles ‘op zijn plaats’ is, zodat het veilig en comfortabel aanvoelt. Er kleven echter veel problemen aan een dergelijk model van thuis als een gezuiverde ruimte van behoren, niet in het minst omdat het vreemdheid buiten haar muren projecteert. In een dergelijk narratief is beweging altijd al een beweging weg van deze ruimte die wordt beschouwd als een baken van vertrouwdheid. Alsof er binnen thuis zelf geen vreemdheid en beweging bestaat. Bovendien, als dit idee van thuis een gevoel van behoren oproept, moeten we ons ook realiseren dat ‘behoren’ deel uitmaakt van de taal van bezit, van horen en toehoren, met territoriale effecten met betrekking tot ruimte en objectiverende effecten met betrekking tot mensen. Maar dat we samen in een ruimte zijn, hoeft nog niet te betekenen dat we tot die ruimte behoren, laat staan tot elkaar.
Tegenover deze hardnekkige gemeenplaatsen van thuis hebben tal van hedendaagse denkers en kunstenaars erop gewezen dat thuis niet altijd vastligt in één locatie, en dat beweging niet alleen plaatsvindt bij het verlaten van thuis. Thuis kan te maken hebben met hechting en beweging, fixatie en verlies, en het overschrijden en handhaven van grenzen. Wars van de overheersende neiging om beweging te privilegeren als de dominante vorm van sociaal leven en individuele ervaring in de hedendaagse ‘globale’ wereld van ‘flows’ en ‘liquiditeit’, wordt ook benadrukt dat vormen en omstandigheden van beweging — opgevat als iets dat zich afspeelt tussen ‘hier’ en ‘daar’ — niet alleen sterk uiteenlopen, maar ook noodza- kelijkerwijs bestaan in relatie tot eveneens uiteenlopende configuraties van ‘thuis zijn’ . Hoewel de grenzen die een thuis afbakenen voor sommigen bescherming beduiden, betekenen ze voor anderen uitsluiting of beklemming. Terwijl beweging voor sommigen vanzelfsprekend is, is het voor anderen beperkt. Wie beweegt, wie blijft, onder welke omstandigheden? Wat is de relatie tussen zij die hier zijn en zij die daar zijn? Maar ook: waar of wat is ‘daar’? Is het noodzakelijkerwijs niet ‘hier’? Wanneer en hoe lang is ‘daar’ een belangrijke plaats van verbinding? Hoe ver weg is ‘daar’? Hoe meet je die afstand?
Measures of Distance bestaat uit een bescheiden selectie films en performances die uitdrukking geven aan specifieke ervaringen van thuis en wereld, intimiteit en afstand, locatie en ontheemding, verplaatsing en verstrengeling, terwijl ze tegelijkertijd het onderscheid tussen hier en daar bevragen. Werken die zowel onderzoeken hoe beweging wordt ervaren in relatie tot thuis en behoren, als hoe thuis en behoren worden gevormd in relatie tot geschiedenissen van individuele en collectieve beweging. Werken die de bezitterige connotaties van behoren ter discussie stellen en de notie eerder onderzoeken als een relatie waarvan de evidentie en de voorwaarden altijd betwistbaar zijn. Een programma dat uiteindelijk suggereert dat thuis geen statisch concept is, maar een voort- durend proces. Het kan een werk van liefde of onenigheid impliceren; het kan ervaringen van geworteldheid of ontworteling met zich meebrengen, verlangens naar een thuisland of thuiskomen; het kan gekweld worden door verlies of vervuld zijn van hoop, maar het werk zal altijd onvolledig blijven.



