Kunstenaar en filmmaker Max Göran reist van Berlijn naar het noorden van Zweden om haar vader te bezoeken, en legt deze terugkeer vast op film. De ontmoeting wordt getekend door klassenverschillen, door wat het betekent als iemand sociaal en cultureel kapitaal verwerft. Het is een poging om de kloof te overbruggen die ontstaat tussen wie van klasse verandert en wie niet.
“Ik wil mijn vader, een houthakker met wie ik weinig contact heb, zien omdat ik benieuwd ben naar de verbanden tussen rechts-populisme en de verbondenheid met de arbeidersklasse. Met een camcorder in de hand benader ik onze relatie, die gekleurd is door politieke meningsverschillen en verschillende levensomstandigheden. Het gebrek aan raakvlakken wordt overbrugd door de camera: hij speelt zichzelf en ik leg zijn beeld vast — een praktijk die zowel gewelddadige als helende kwaliteiten in zich draagt.” (Max Göran)



